Ze zijn bijzonder, omdat je ongeveer op zeeniveau de gletsjers hebt en het regenwoud.

De zon komt in HariHari over de hevels en de nevels op. Mooi weer vandaag, terwijl er gisteravond nog een buitje viel.

We komen niet ver vandaag. Al na 30 km besluiten we in Whataroa dat we de White Herons wel willen zien. Hier is namelijk de enige plek waar ze in Nieuw-Zeeland broeden. En het broedseizoen is nog niet voorbij. Er mogen maximaal 12 personen per keer naar de kolonie. Om 11 uur vertrekken. Wij drinken intussen een kopje koffie.
Het bezoek aan de kolonie is een serieuze aangelegenheid: we worden eerst met een busje zo'n 14 km weggebracht, daarna stappen we in een jet-boot en lopen daarna een stukje naar het uitkijkpunt.
De jet-boot is een ervaring! We varen over een smalle rivier, wat op zich al de nodige toeren veroorzaakt. In het water liggende boomstammen en kiezelbanken schieten met grote snelheid langs. Soms moet de boot een paar keer zo'n bocht maken, dat we denken: "dat lukt niet!" Wel dus. De bestuurder doet het tenslotte niet voor het eerst.

Bij de kolonie, die vlak bij zee ligt, gaan we langzamer varen en draaien we een ander watertje op, omzoomd door bos.

Dit bos bestaat voornamelijk uit native woud (inlandse bomen), gedomineerd door reusachtige Kahikathea bomen, die wel 60 meter hoog kunnen worden. Deze bomen groeien vooral in moerasachtige gebieden. Iedere boom is een leefgemeenschap op zich. Het is heel bijzonder om te zien wat er allemaal aan en op zo'n boom groeit: mossen, varens en soms zelfs weer een boom. En dan de vogels natuurlijk.


Behalve de White Heron, de grootste zilverreiger, zien we ook lepelaars, aalscholvers en een paar ijsvogels.




Als een zilverreiger z'n jong (meestal is er maar een jong per nest) gaat voeren, is dat een heel spektakel van krijsen en vleugelgeklapper.
De buurjongen bekijken het geheel aandachtig en hopen (onterecht) ook op een hapje.

De Aalscholvers bekijken het weer van een andere kant.

Op de terugweg schemeren de besneeuwde toppen in de verte.

We willen dat dichterbij bekijken en rijden naar Franz Josef. Daar begint de tocht naar de gletsjer, maar verder dan de voet van de gletsjer gaan we niet. Daarbij gooit de bewolking hier wat roet (nu ja, wolken) in het eten. Morgen zien we wel verder en de gletsjer wellicht beter.


We blijven vannacht in Whataroa.
We hadden de volgende dag op mooi weer gehoopt, maar de lucht trekt gaandeweg dicht.
Niet zo vreemd als je bedenkt dat Franz en Fox zich verzekerd weten van 165 resp. 178 dagen per jaar dat het regent.
In Fox Glacier (kortweg Fox genoemd) informeren we of er wel gevlogen wordt met dit weer. "Jazeker! Als je wat hoger komt, is het stralend weer! Zeker weten!".
We besluiten de eerdere boeking door te zetten, maar dan wat eerder als dat kan. Dat kan. Sterker nog: we mogen nu nog wat meer (langer en verder) vliegen ook.
Om half twaalf worden we met een busje weggebracht en om kwart voor twaalf stijgen we op.

Boven de weilanden en het bos regent het, maar als we de gletsjer naderen is het droog en zijn de wolken verdwenen. De piloot ( Bryan) vertelt (we hebben toch allemaal een koptelefoon op) waar we vliegen en wat we zien. Indrukwekkende toppen en prachtige ijsvelden. We denken terug aan toen we zelf een dergelijke gletsjer op gingen. Te voet. Dat is toch veel intenser, maar dat duurde dan ook een paar dagen voordat we zo hoog waren. Hoewel deze ervaring ook bijzonder is.

Nadat we langs Mount Cook en Mount Tasman zijn gevlogen, zet de piloot de helikopter op het ijs. We mogen er uit. Foto's maken dus. Wij worden ook door de piloot op de plaat gezet (hoewel dit weer onze eigen foto is). De foto van de piloot mogen we kopen. Daar staat dan wel zijn handtekening op!




Terug vliegen we over de ijsmassa van de Fox-clacier en zijn verrassend snel weer beneden. De vlucht heeft z'n 40 minuten geduurd.

De piloot overhandigt als we uitstappen, de foto's in een mapje met zijn handtekening. Het lijkt wel toveren. Hij lacht wat als we vragen hoe hij dat heeft gedaan.
In Fox is het intussen gaan regenen. Nogal een contrast met zo'n 3000 m hoger!

We eten wat en rijden naar het zuiden, richting Mount Aspring National Park.













































